Training Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling voor WMO/Wijkteams collega’s

Ambtenaren Sociaal domein
16
Max. deelnemers
2.5
Aantal dagen
€ 1800,-
Investering

In 2020 gaf 20 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 16 en 24 jaar aan in de voorgaande twaalf maanden slachtoffer te zijn geworden van huiselijk geweld. Voor alle vormen van huiselijk geweld geldt dat jonge vrouwen in 2020 vaker slachtoffer waren dan jonge mannen. 23 procent van de jonge vrouwen en 17 procent van de jonge mannen zegt slachtoffer geweest te zijn van een vorm van huiselijk geweld. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van het CBS op basis van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld (PHGSG) van het CBS en het WODC.
Degenen die vanuit de brede gemeentelijke taak beroepsmatig contact hebben met burgers in adviserende, ondersteunende dan wel besluitvormende zin kunnen te maken krijgen met huiselijk geweld en kindermishandeling. Collega spreken dan vaak over een ‘niet-pluis’ gevoel. De vraag is wat dan? De ervaring leert dat het niet altijd gemakkelijk is om een ‘niet-pluis’ gevoel om te zetten in de juiste actie. Welke stappen kan of moet je misschien wel zetten en wie of welke organisatie moet daarbij ondersteunen. De Wet Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling geeft richting!

Per 1 januari 2019 is de meldcode duidelijk veranderd en verbeterd. Het is een professionele norm om een melding te doen bij Veilig Thuis als er vermoedens zijn van acute of structurele onveiligheid, waaronder begrepen het nieuwe fenomeen ‘disclosure’ (onthulling).
De 5 stappen van de meldcode blijven bestaan en zijn in stap 4 en 5 uitgebreid en aangepast. In stap 4 is een afwegingskader opgenomen. In stap 5 is het onderscheid tussen hulp verlenen of melden vervallen; stap 5 vraagt om twee besluiten te nemen:
Is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk?
Is zelf hulp bieden of organiseren ook (in voldoende mate) mogelijk?

Als hulpmiddel om te komen tot het besluit om te melden, is het per 1 januari 2019 verplicht om het genoemde afwegingskader te gebruiken. Dit afwegingskader ondersteunt bij het wegen van HG/KM en bij het nemen van een besluit onder stap 5. Verschillende beroepsgroepen hanteren ieder hun eigen afwegingskader.

De training bevat 5 dagdelen en biedt een eenduidig kader om vanuit inzicht en overzicht de vereiste stappen te zetten. De deelnemers leren met behulp van praktische werkvormen op interactieve wijze hoe de meldcode moet worden toegepast en hoe gehandeld moet worden bij (een vermoeden van) HG/KM. Aan de hand van een real-life casus worden de stappen van de Meldcode doorlopen. De training biedt concrete ondersteuning bij de toepassing van het afwegingskader en wie daarbij welke acties moet ondernemen, voorbij eventuele handelingsverlegenheid.
Tijdens dagdeel 1 worden de verschijningsvormen van HG/KM interactief behandeld. Dagdeel 2 richt zich op stap 1 tot en met 3 van de Meldcode. Aan de hand van een casus wordt het theoretisch besprokene praktisch toegepast.
Dagdeel 3 bevat stap 4 en 5 van de Meldcode; de casus van dagdeel 2 wordt verder toegespitst op het afwegingskader. Dagdeel 4 en 5 richten zich op gespreksvaardigheden. Dagdeel 4 is meer theoretisch van aard, tijdens dagdeel 5 wordt een trainingsacteur ingezet. We maken daarbij gebruik van een in de praktijk succesvol toegepaste methodiek om het gesprek aan te gaan in ‘onder druk situaties’.

De training wordt verzorgd door een trainer die jarenlange ervaring heeft in het geven van trainingen op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling, in het bijzonder bij de politie, gemeenten en maatschappelijke (welzijns)organisaties. Hierdoor is de aansluiting tussen leerdoelen en leerwensen gegarandeerd.

Dagdeel 1 en 2 vinden plaats op 1 dag evenals dagdeel 3 en 4.

Er zitten telkens een aantal weken tussen de 3 trainingsmomenten om het geleerde in de praktijk toe te passen.